Internationaal spelreglement Petanque

Algemene spelregels

herfsttoernooi 2008 042

Artikel 1

Petanque is een sport tussen twee ploegen van ieder drie spelers (tripletten). Bij tripletten beschikt iedere speler over twee boules. Ook is toegestaan twee spelers tegen twee spelers (doubletten) en één speler tegen één speler (individueel). Bij doubletten en individueel beschikt iedere speler over drie boules. Elke andere formule is niet toegestaan.

Artikel 2

Petanque wordt gespeeld met boules welke door de "Fédération Internationale de Pétanque et Jeu Provençal" (FIPJP) zijn goedgekeurd en welke moeten voldoen aan de volgende eisen:

  1. de boules moeten van metaal zijn;
  2. de boules moeten een diameter hebben van tenminste 7,05 cm en ten hoogste 8 cm;
  3. de boules moeten een gewicht hebben van tenminste 650 gram en ten hoogste 800 gram.
    Het merk van de fabrikant van de boules en de cijfers die het gewicht aangeven, moeten in de boules zijn gegraveerd en steeds leesbaar zijn;
  4. de boules mogen niet van lood of zand worden voorzien, noch worden getrukeerd in algemene zin, of enige andere verandering of wijziging ondergaan na de machinale bewerking door de fabrikant die door de FIPJP is erkend. Het is niet toegestaan de boules opnieuw te verhitten om de door de fabrikant opgegeven hardheid te wijzigen. De naam en voornaam van de speler (of initialen) mogen in de boules worden gegraveerd, evenals de verschillende logo's of merken van de fabrikant, overeenkomstig de specificatie die ten grondslag ligt aan de vervaardiging van de boules.

Artikel 2bis

De speler die zich schuldig maakt aan overtreding van het bepaalde onder het punt d) van artikel 2, wordt onmiddellijk van de wedstrijd uitgesloten, evenals zijn medespeler(s). De volgende twee gevallen kunnen zich voordoen:

  1. de zogenaamde "getrukeerde" boules: de speler stelt zich bloot aan intrekking van zijn licentie voor een periode zoals voorzien in het reglement tuchtrechtspraak en eventueel aan andere sancties, die aan de schuldige speler kunnen worden opgelegd door de commissie tuchtrechtspraak van de Nederlandse Jeu de Boules Bond (NJBB);
  2. de zogenaamde "nagegloeide" boules: de speler stelt zich bloot aan intrekking van zijn licentie voor de duur van 2 jaar en een verbod op deelname aan de kwalificatiewedstrijden voor nationale en internationale kampioenschappen voor de duur van 3 tot 5 jaar. Indien in één van deze beide gevallen de boules zijn geleend en de eigenaar is bekend, zal deze laatste worden bestraft met een schorsing van 2 jaar. Indien een niet getrukeerde, maar wel versleten of ondeugdelijk gefabriceerde boule een controleproef niet met gunstig gevolg doorstaat, of niet voldoet aan onder de punten a), b) of c) van artikel 2 genoemde eisen, moet de speler de boule vervangen. Hij mag ook de set boules vervangen. Protesten met betrekking tot het vermelde onder de punten a), b) of c) van artikel 2 door de spelers van de twee ploegen zijn slechts ontvankelijk voor de aanvang van de partij. Derhalve is het in het belang van de spelers zich voor de aanvang van de partij ervan te vergewissen, of hun eigen boules en die van hun tegenstanders aan de onder de punten a), b) en c) van artikel 2 gestelde eisen voldoen. Protesten van de spelers met betrekking tot het vermelde onder punt d) van artikel 2, zijn ontvankelijk gedurende de gehele partij, maar kunnen slechts worden ingediend tussen twee werpronden. Vanaf de derde werpronde zal een ongegrond gebleken protest met betrekking tot de boules van de tegenstander worden beboet met drie strafpunten die bij de score van de tegenstander worden opgeteld. Ingeval de boules moesten worden opengemaakt, is de indiener van het protest aansprakelijk. Met name is hij gehouden de boules te vervangen of te vergoeden indien de boules aan de regels blijken te voldoen. In geen geval kan van de indiener betaling van schadevergoeding worden geëist. De scheidsrechter en de jury kunnen steeds en op elk moment van het spel, overgaan tot controle van de boules van een of meer spelers.

Artikel 2ter

Buts zijn uitsluitend van hout. De diameter moet tenminste 25 mm en ten hoogste 35 mm zijn. Geverfde buts, ongeacht de kleur, zijn toegestaan.

Artikel 3

Voor de aanvang van een wedstrijd moet iedere speler zijn licentie tonen. Hij moet de licentie ook kunnen tonen op verzoek van de scheidsrechter, of bij aanvang van een partij op verzoek van de tegenstander. Elke licentie wordt uitgegeven volgens het administratieve reglement van de bond en zal onder meer van een gestempelde foto en de handtekening van de houder zijn voorzien.

Artikel 4

Het is de spelers verboden boules of het but tijdens de partij te vervangen, behoudens in de volgende gevallen:

  1. de boule of het but zijn onvindbaar. De zoektijd is beperkt tot 5 minuten;
  2. de boule of het but breekt. Wanneer er geen boules meer te spelen zijn komt het grootste stuk in aanmerking voor de puntentelling. Indien er nog boules te spelen zijn, dan moet het grootste stuk na de meting onmiddellijk worden vervangen door een boule of but van gelijke of nagenoeg gelijke diameter. De vervanging van een gebroken boule door een gelijke boule, of door een andere set boules, is vanaf de volgende werpronde toegestaan.

Het spel

Artikel 5

Petanque wordt beoefend op alle terreinen. De wedstrijdleiding of de scheidsrechter kan de ploegen echter verplichten tegen elkaar uit te komen op een afgebakend terrein. Voor de nationale kampioenschappen en internationale wedstrijden moeten in dat geval de afgebakende terreinen een lengte van tenminste 15 meter en een breedte van tenminste 4 meter hebben. Wat andere wedstrijden betreft, kan de NJBB toestemming verlenen af te wijken van de genoemde afmetingen, met dien verstande dat de afgebakende terreinen tenminste een lengte van 12 meter en een breedte van tenminste 3 meter hebben. De partijen worden gespeeld t/m 13 punten met de mogelijkheid om partijen in poules en in cadrageronden t/m 11 punten te doen spelen.

Artikel 6

De spelers loten om uit te maken wie van de twee ploegen de keuze van het terrein heeft in geval aan hen door de wedstrijdleiding geen terrein werd toegewezen en welke ploeg als eerste het but mag uitwerpen. Een van de spelers van de ploeg die de loting heeft gewonnen, kiest de plaats waar wordt begonnen en trekt een cirkel, zodanig dat de voeten van iedere speler geheel binnen de cirkel kunnen worden geplaatst. De diameter van de cirkel mag niet kleiner dan 35 cm en niet groter dan 50 cm zijn. De cirkel moet minimaal 1 meter van elk obstakel of van de grens van een niet toegestaan terrein worden getrokken en bij wedstrijden op een niet afgebakend terrein op tenminste 2 meter van elke andere cirkel. De voeten behoren zich geheel binnen de cirkel te bevinden, mogen de cirkellijn niet raken en mogen de cirkellijn niet overschrijden noch geheel van de grond loskomen voordat de gespeelde boule de grond heeft geraakt. Geen enkel ander lichaamsdeel mag de grond buiten de cirkel raken. Gehandicapten, die de functie van een been missen, mogen bij wijze van uitzondering met één voet binnen de cirkel staan. Voor spelers in een rolstoel, moet de cirkel zich in het midden van de twee wielen bevinden en de voetsteun ter hoogte van de cirkellijn. Het uitwerpen van het but door een speler van een ploeg houdt niet in, dat hij ook als eerste een boule moet spelen. Wanneer een terrein aan twee tegen elkaar uitkomende ploegen is toegewezen, mogen deze zonder toestemming van de scheidsrechter niet uitwijken naar een ander terrein.

Artikel 7

Om geldig te zijn moet het but dat door een speler is geworpen voldoen aan de volgende voorwaarden:

  1. de afstand tussen het but en het dichtstbijzijnde deel van de cirkellijn moet bedragen:
    1. minimaal 4 en maximaal 8 meter voor pupillen;
    2. minimaal 5 en maximaal 9 meter voor aspiranten;
    3. minimaal 6 en maximaal 10 meter voor junioren en senioren;
  2. de cirkel moet zich op een afstand van minimaal 1 meter van elk obstakel en van de grens van een niet toegestaan terrein bevinden;
  3. het but moet op een afstand van minimaal 1 meter van elk obstakel en van de dichtstbijzijnde grens van een niet toegestaan terrein liggen;
  4. het but moet zichtbaar zijn voor de speler, die geheel rechtop staat, met de voeten geheel binnen de rand van de cirkel. In geval van onenigheid op dit punt beslist de scheidsrechter of het but zichtbaar is. Tegen deze uitspraak is geen beroep mogelijk.

 

In de volgende werpronde wordt het but geworpen vanuit een cirkel die is getrokken rondom het punt waar het but in de vorige werpronde, behalve in de volgende gevallen:

  1. wanneer de cirkel dan op een afstand van minder dan 1 meter van een obstakel of de grens van een niet toegestaan terrein zou liggen;
  2. wanneer het but niet op alle reglementaire afstanden zou kunnen worden geworpen.

In het eerste geval trekt de speler de cirkel op de reglementaire afstand van het obstakel of van het niet toegestane terrein.

In het tweede geval mag de speler in de lijn, waarin de cirkel en het but zich bevonden zover achteruitgaan totdat hij het but op de maximaal toegestane afstand kan uitwerpen. Dit mag alleen, als het but in geen enkele richting op de reglementair maximaal toegestane afstand kan worden geworpen. Wanneer na drie achtereenvolgende worpen door dezelfde ploeg het but niet volgens de hiervoor gestelde voorwaarden reglementair is geworpen, komt het toe aan de tegenstander die eveneens over drie pogingen beschikt en die overeenkomstig de in de vorige alinea gestelde voorwaarden de cirkel naar achteren mag verplaatsen. Indien deze ploeg niet slaagt in haar drie worpen dan mag de cirkel niet meer van plaats worden veranderd. In elk geval behoudt de ploeg die het but na de eerste drie worpen heeft verloren, het recht om als eerste een boule te spelen.

Artikel 8

Als het but bij het uitwerpen wordt tegengehouden door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een dier of een bewegend voorwerp is het niet geldig. Het but moet opnieuw worden geworpen, zonder dat deze worp meetelt als één van de drie worpen waarop de ploeg of de speler recht heeft. Indien na het uitwerpen van het but de eerste boule is gespeeld, heeft de tegenstander nog het recht de reglementaire ligging van het but te betwisten. Indien het bezwaar als geldig wordt erkend, wordt het but opnieuw geworpen en de boule opnieuw gespeeld. Wanneer de tegenstander eveneens een boule heeft gespeeld, wordt het but definitief als geldig beschouwd en is geen enkel protest meer toegestaan. Om het but opnieuw uit te werpen moeten de beide ploegen het eens zijn dat de worp ongeldig was, of dat de scheidsrechter daartoe besliste. Het is dan onmogelijk om terug te komen op de voorgaande worp. Indien een ploeg anders handelt, verliest deze ploeg het recht om het but uit te werpen.

Artikel 9

Het but is ongeldig in de volgende zes gevallen:

  1. wanneer het but, na het uitwerpen, zich niet bevindt binnen de gestelde grenzen overeenkomstig artikel 7;
  2. wanneer het but tijdens een werpronde wordt verplaatst naar een niet toegestaan terrein, zelfs als het but terugkomt op toegestaan terrein. Het but op de grens van een toegestaan terrein is geldig. Het is ongeldig nadat het in zijn geheel de grens van het toegestane terrein of de verlieslijn is gepasseerd, dit betekent dat het zich recht van boven gezien geheel op niet toegestaan terrein bevindt.
    Een plas water waarop het but vrij drijft, wordt als niet toegestaan terrein beschouwd;
  3. wanneer het but dat zich op het toegestaan terrein bevindt zodanig is verplaatst, dat het volgens de regels van artikel 7 niet meer zichtbaar is voor de speler vanuit de cirkel. Echter een but dat achter een boule schuilgaat, is niet ongeldig. De scheidsrechter is bevoegd een boule tijdelijk weg te nemen om te constateren of het but zichtbaar is;
  4. wanneer het but wordt verplaatst op meer dan 20 meter of minder dan 3 meter van de cirkel;
  5. wanneer het verplaatste but onvindbaar is. De zoektijd is beperkt tot 5 minuten;
  6. wanneer er zich een niet toegestaan terrein bevindt tussen het but en de cirkel.

Artikel 10

Het is de spelers ten strengste verboden welk obstakel dan ook op het terrein (stenen, zand, bladeren, enz.), te verwijderen, te verplaatsen, te verbrijzelen of in de grond te drukken. Het is aan de speler die het but gaat uitwerpen toegestaan maximaal driemaal met zijn boule de donnée te onderzoeken. De speler die zich gereed maakt om te gaan spelen of één van zijn medespelers mag de inslag, welke door de laatst gespeelde boule werd gemaakt, dichtmaken. Voor het niet in acht nemen van de in dit artikel gegeven regels kunnen de spelers de volgende sancties worden opgelegd:

  1. een waarschuwing;
  2. een ongeldigheidverklaring van de gespeelde of de te spelen boule;
  3. een diskwalificatie van de schuldige ploeg;
  4. een diskwalificatie van de beide ploegen in geval van oogluikend toestaan.

Artikel 11

Indien tijdens een werpronde het but onverwacht wordt bedekt door een boomblad of een stuk papier worden deze voorwerpen verwijderd. Indien het but dat stilligt in beweging komt, bijvoorbeeld als gevolg van de wind of de helling van het terrein, wordt het but op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd, onder voorwaarde dat het was gemarkeerd. Indien het but per ongeluk wordt verplaatst door de scheidsrechter, een speler, een toeschouwer, een boule of een but uit een ander spel, een dier of een bewegend voorwerp, wordt het but eveneens op zijn oorspronkelijke plaats teruggelegd. Om elke onenigheid te vermijden, behoren de spelers het but te markeren. Geen enkel protest wordt toegestaan dat betrekking heeft op de boules of het but welke niet zijn gemarkeerd.

Artikel 12

Als het but tijdens een werpronde naar een ander speelterrein wordt verplaatst, afgebakend of niet, is het but geldig onder voorbehoud van de in artikel 9 gestelde regels. De spelers die dit but gebruiken behoren zonodig het einde van de werpronde die door de spelers op het andere speelterrein is begonnen, af te wachten, alvorens de eigen werpronde af te maken. De spelers op wie dit van toepassing is, behoren het nodige geduld en beleefdheid te betrachten.

Artikel 13

Wanneer het but tijdens een werpronde ongeldig wordt, doen zich drie mogelijkheden voor:

  1. beide ploegen hebben nog boules te spelen. De werpronde is ongeldig;
  2. slechts één ploeg heeft nog boules te spelen. Deze ploeg krijgt evenveel punten als het aantal nog te spelen boules;
  3. beide ploegen hebben geen boules meer te spelen. De werpronde is ongeldig.

Artikel 14

  1. Wanneer het but door een boule is geraakt en wordt tegengehouden door een toeschouwer of door de scheidsrechter behoudt het zijn plaats.
  2. Indien het but door een boule is geraakt en wordt tegengehouden door een speler dan heeft de tegenstander van degene die het heeft tegengehouden de keuze uit:
    1. het but laten liggen op zijn nieuwe plaats;
    2. het but terugleggen op zijn oorspronkelijke plaats;
    3. het but leggen in het verlengde van de lijn, die de oorspronkelijke plaats van het but verbindt met de plaats waar het zich bevindt, maar alleen op toegestaan terrein en op zodanige wijze dat de werpronde kan worden vervolgd.

Het vermelde onder de punten b) en c) mag alleen worden toegepast, als het but tevoren was gemarkeerd. Zo niet, dan behoudt het zijn nieuwe plaats. Wanneer het but op niet toegestaan terrein komt, om daarna uiteindelijk terug te komen op het speelterrein, is het gestelde in artikel 13 van toepassing.

Artikel 15

Wanneer het but tijdens een werpronde buiten het aangewezen terrein wordt verplaatst, wordt het in de volgende werpronde geworpen vanaf de plaats, waar het zich bevond, voordat het werd verplaatst, onder voorbehoud van de in artikel 7 gestelde regels:

  1. de cirkel kan worden getrokken op een afstand van 1 meter van elk obstakel en van de grens van een niet toegestaan terrein;
  2. het but op een reglementaire afstand kan worden geworpen.

Boules

Artikel 16

De eerste boule van een werpronde wordt gespeeld door een speler van de ploeg die de loting of de vorige werpronde heeft gewonnen. De speler mag van geen enkel voorwerp gebruik maken of op de grond een streep zetten om de plaats aan te duiden waar hij zijn boule wil werpen of zijn donnée aan te duiden. Wanneer een speler zijn laatste boule speelt, is het niet toegestaan een extra boule in de andere hand te houden. Het is niet toegestaan het but of de boule vochtig te maken. Indien de eerste gespeelde boule zich op niet toegestaan terrein bevindt, moet tegenstander de volgende boule spelen. Wanneer ook deze uit gaat moet er beurtelings worden gespeeld totdat er een boule op toegestaan terrein ligt. Wanneer geen enkele boule meer op toegestaan terrein ligt ingevolge van een geschoten of geplaatste boule, is het gestelde in artikel 29 van toepassing.

Artikel 17

Gedurende de reglementaire tijd die de speler heeft om een boule te spelen behoren de toeschouwers en de spelers de grootst mogelijke stilte in acht te nemen. De tegenstanders mogen niet lopen, geen gebaren maken, of iets anders doen wat de speler zou kunnen storen. Alleen zijn medespelers mogen zich ophouden tussen het but en de cirkel. De tegenstanders moeten zich ophouden voorbij het but of achter de speler en in beide gevallen houden zij een afstand van tenminste 2 meter zijwaarts van het but of de speler. De spelers die deze regels niet in acht nemen kunnen van de wedstrijd worden uitgesloten, indien zij na een waarschuwing van de scheidsrechter, in hun gedrag volharden.

Artikel 18

Een gespeelde boule mag niet opnieuw worden gespeeld. De boules echter die op hun weg tussen de cirkel en het but onopzettelijk worden tegengehouden of uit hun koers worden gebracht door een boule of een but uit een ander spel, door een dier, of door een bewegend voorwerp, alsmede in het geval voorzien in artikel 8, tweede alinea, moeten opnieuw worden gespeeld. Niemand mag bij wijze van proef zijn boule in het spel werpen. Wanneer de terreinen door de wedstrijdleiding zijn afgebakend, moet het but worden geworpen op het terrein dat aan de ploegen is toegewezen. De boules en het but die tijdens een werpronde buiten het afgebakende terrein komen blijven geldig, behalve in de in artikel 9 en 19 genoemde regels. In de volgende werpronde vervolgen de ploegen het spel op het terrein dat hen is toegewezen. Wanneer de terreinen van een afzetting zijn voorzien - dit geldt alleen voor erespeelterreinen - moet de afzetting zich bevinden op een afstand van minimaal 30 cm achter de verlieslijn. De verlieslijn mag de terreinen omgeven op een afstand van maximaal 4 meter.

Artikel 19

Een boule is ongeldig zodra hij op niet toegestaan terrein komt. De boule is pas ongeldig nadat het in zijn geheel de grens van toegestane terrein of de verlieslijn is gepasseerd, dit betekent dat deze zich recht van boven gezien geheel op het niet toegestaan terrein bevindt. Indien de boule vervolgens op het toegestane terrein terugkomt, hetzij door de helling van het terrein, hetzij dat hij via een bewegend of vast obstakel wordt teruggekaatst, moet hij onmiddellijk uit het spel worden genomen. Alles wat de boule bij zijn terugkomst op het speelterrein heeft verplaatst, moet op zijn plaats worden teruggelegd. Een ongeldige boule moet onmiddellijk uit het spel worden genomen. Wanneer dit niet onmiddellijk gebeurt, wordt de boule als geldig beschouwd zodra een volgende boule is gespeeld.

Artikel 20

Een gespeelde boule die is tegengehouden door een toeschouwer of door de scheidsrechter, behoudt zijn plaats waar hij tot stilstand is gekomen. Een gespeelde boule die is tegengehouden door een speler van de ploeg aan wie de boule toebehoort, is ongeldig. Een geplaatste boule die is tegengehouden door een tegenstander, mag naar keuze van de speler opnieuw worden gespeeld of blijven liggen op de plaats waar hij tot stilstand is gekomen. Wanneer een geschoten boule of geraakte boule wordt tegengehouden door een speler, mag de tegenstander van diegene die de fout heeft gemaakt:

  1. de boule laten liggen op de plaats waar hij tot stilstand is gekomen;
  2. het object (boule of but) dat werd geraakt in het verlengde leggen van de lijn die de oorspronkelijke plaats van het object verbindt met de plaats waar het zich bevindt, maar alleen op een bespeelbaar terrein en onder voorwaarde dat het object was gemarkeerd.

De speler die opzettelijk een boule tot stilstand brengt wordt evenals zijn medespeler(s) ten aanzien van de partij waarin het gebeurde, onmiddellijk gediskwalificeerd.

Artikel 21

Zodra het but is geworpen, heeft iedere speler maximaal 1 minuut om zijn boule te spelen. De tijd gaat in, zodra het but of een gespeelde boule stilligt en wanneer er moet worden gemeten, zodra de meting is verricht. Dezelfde regels gelden met betrekking tot het uitwerpen van het but na elke werpronde. De speler die zich hieraan niet houdt, kan met de in artikel 10 genoemde sancties worden bestraft.

Artikel 22

Wanneer een stilliggende boule in beweging komt, bijvoorbeeld als gevolg van de wind of de helling van het terrein, wordt de boule op zijn plaats teruggelegd. Hetzelfde gebeurt met een boule die per ongeluk wordt verplaatst door een speler, een scheidsrechter, een toeschouwer, een dier of door een bewegend voorwerp. Om onenigheid te vermijden, moeten de spelers de boules en het but markeren. Een protest dat betrekking heeft op een niet gemarkeerde boules of but zal niet worden gehonoreerd en de scheidsrechter zal slechts een uitspraak doen op grond van de feitelijke ligging van de boules en van het but op het terrein.

Artikel 23

De speler die met een andere boule speelt dan de zijne, krijgt een waarschuwing. De gespeelde boule is niettemin geldig maar hij moet onmiddellijk, eventueel na meting ervan, worden vervangen. Wanneer er tijdens een partij sprake is van herhaling, dan wordt de boule van de schuldige speler ongeldig verklaard en wordt alles dat door deze boule is verplaatst, op zijn plaats teruggelegd. Voordat een speler zijn boule speelt, moet de speler hem ontdoen van elk spoor van modder of wat er ook aankleeft, dit op straffe van toepassing van de in artikel 10 genoemde sancties. Het is de spelers niet toegestaan de gespeelde boules op te rapen vóór het einde van de werpronde.

Artikel 24

Een niet reglementair gespeelde boule is ongeldig en alles wat door de boule op zijn weg is verplaatst, moet op zijn oorspronkelijke plaats worden teruggelegd. Hetzelfde geldt voor een boule die vanuit een andere cirkel is gespeeld dan die van waaruit het but is geworpen. De tegenstander heeft echter steeds het recht de voordeelregel toe te passen en deze boule geldig te verklaren. In dit geval is de geplaatste of geschoten boule geldig en blijft alles dat de boule heeft verplaatst, op de nieuwe plaats liggen. De ploeg die het but gaat uitwerpen moet alle cirkels in de nabijheid van de cirkel vanwaar hij gaat uitwerpen uitwissen.

Punten en meting

Artikel 25

De boules en obstakels die zich bevinden tussen het but en de te meten boules, mogen om de meting te kunnen verrichten tijdelijk van hun plaats worden weggenomen, nadat deze zijn gemarkeerd. Na de meting worden de boules en obstakels weer op hun plaats teruggelegd. Indien obstakels niet kunnen worden weggenomen, kan met behulp van een passer worden gemeten.

Artikel 26

De taak om te meten berust op de speler die het laatst een boule heeft gespeeld of op één van zijn medespelers. De tegenstanders hebben steeds het recht om opnieuw te meten. Ongeacht de positie van de te meten boules en het moment in de werpronde, kan de scheidsrechter worden geraadpleegd. Tegen de uitspraak van de scheidsrechter is geen beroep mogelijk. Iedere ploeg moet het juiste meetgereedschap bezitten om de metingen te kunnen uitvoeren. Het is niet toegestaan de metingen uit te voeren met behulp van de voeten. De spelers die deze regel niet in acht nemen kunnen van de wedstrijd worden uitgesloten, als zij na een waarschuwing van de scheidsrechter, in hun gedrag volharden.

Artikel 27

Een boule die aan het einde van de werpronde wordt opgeraapt, voordat de puntentelling heeft plaatsgevonden, is ongeldig wanneer de boule niet was gemarkeerd. Hiertegen kan geen protest worden ingediend.

Artikel 28

Het punt is verloren voor een ploeg indien een van de spelers die de meting verricht, het but of een van de betwiste boules verplaatst. Indien de scheidsrechter bij de meting het but of de boule beweegt of verplaatst en na de nieuwe meting blijkt, dat de boule die aanvankelijk werd geacht op punt te liggen nog steeds op punt ligt, dan doet de scheidsrechter in alle rechtvaardigheid een uitspraak. Hetzelfde gebeurt in het veronderstelde geval waarin na een nieuwe meting blijkt dat de boule die aanvankelijk geacht werd op punt te liggen, niet meer op punt ligt.

Artikel 29

Wanneer twee boules die elk aan een ploeg toebehoren, op gelijke afstand van het but liggen, of het but raken en er zijn geen boules meer te spelen dan is de werpronde onbeslist en het but blijft aan de ploeg die de voorafgaande werpronde heeft gewonnen. Wanneer slechts één ploeg nog over één of meer boules beschikt, dan wordt er doorgespeeld en tellen de boules die tenslotte dichter bij het but liggen dan de dichtstbij liggende boule van de tegenstander als punt. Indien de beide ploegen nog over één of meer boules beschikken, speelt de ploeg die het laatst heeft gespeeld opnieuw, daarna moet er beurtelings worden gespeeld totdat het punt door een ploeg is gewonnen. Wanneer er één ploeg overblijft die nog over boules beschikt, dan is het bepaalde in de tweede alinea van toepassing. Indien aan het einde van de werpronde geen enkele boule op toegestaan terrein ligt is de werpronde ongeldig.

Artikel 30

Alles wat aan de boule of het but kleeft, moet vóór de meting worden verwijderd.

Artikel 31

Om ontvankelijk te zijn moet een protest bij de scheidsrechter worden ingediend. Wanneer een protest wordt ingediend, nadat het resultaat van een partij vaststaat, wordt het niet meer in overweging genomen. Iedere ploeg is verantwoordelijk voor het toezicht op de tegenstander (licenties, categorie, speelterrein, boules, enzovoort).

Discipline

Artikel 32

De spelers behoren bij de wedstrijdtafel aanwezig te zijn, wanneer de loting voor de ontmoetingen en de bekendmaking van de uitslag hiervan plaatsvindt. De ploeg die een kwartier na het bekendmaken van de uitslag van de loting niet op het speelterrein aanwezig is, krijgt een strafpunt dat ten gunste van de tegenstander komt. Na het verstrijken van dit kwartier komt, voor elke 5 minuten afwezigheid, er een strafpunt bij. Dezelfde sancties zijn van toepassing tijdens het verdere verloop van de wedstrijd, na elke loting en in het geval van hervatting van de partijen als deze om welke reden dan ook onderbroken zijn geweest. De ploeg die binnen een uur na de bekendmaking van de loting nog niet op het speelterrein aanwezig is, wordt wegens niet opkomen tot verliezer verklaard. Een onvolledige ploeg heeft het recht de partij te beginnen zonder op de afwezige speler te wachten, maar beschikt niet over zijn boules.

Artikel 33

Indien de afwezige speler zich komt melden, nadat de eerste werpronde is begonnen mag hij aan deze werpronde niet meer deelnemen. De speler wordt pas bij de volgende werpronde tot het spel toegelaten. Meldt de speler die afwezig was zich later dan 1 uur na aanvang van de partij, dan verliest hij het recht aan deze partij deel te nemen. Indien zijn medespeler(s) deze partij wint(winnen), mag hij aan de volgende partij deelnemen, indien de ploeg mede onder zijn naam is ingeschreven. Indien de wedstrijd in poules wordt gespeeld, dan mag de speler aan de tweede partij deelnemen, ongeacht het resultaat van de eerste partij. Een werpronde wordt geacht te zijn begonnen, wanneer het but op reglementaire wijze op het speelterrein is geworpen.

Artikel 34

Vervanging van één speler in doubletten of van één of twee spelers in tripletten is slechts toegestaan, zolang de wedstrijd nog niet is begonnen (door middel van een fluitsignaal of aankondiging) en op voorwaarde dat de vervanger(s) niet waren ingeschreven voor de wedstrijd in een andere ploeg.

Artikel 35

In geval van regen moet elke werpronde die aan de gang is, worden voltooid, tenzij de scheidsrechter, die in deze alleen bevoegd is anders beslist. De scheidsrechter met de jury zijn bevoegd te beslissen over een onderbreking of de annulering van een werpronde in geval van overmacht. Wanneer na de aankondiging van een nieuwe fase in de wedstrijd (2e, 3e ronde, enzovoort) bepaalde partijen nog niet zijn voltooid, kan de scheidsrechter, na raadpleging van de wedstrijdleiding, alle maatregelen of besluiten nemen die hij nodig acht voor een goed verloop van de wedstrijd. Een speler mag zich niet van een aan de gang zijnde partij verwijderen of het speelterrein verlaten zonder toestemming van de scheidsrechter. Mocht dit toch gebeuren, zonder dat toestemming is verleend, dan worden de regels van de artikelen 32 en 33 toegepast.

Artikel 36

Verdeling van de prijzen en beloningen is ten strengste verboden. Wanneer ploegen tijdens het spelen van finale-partijen of andere partijen blijk geven van gebrek aan sportiviteit en aan respect tegenover het publiek, de wedstrijdleiding of de scheidsrechter, zullen zij van de wedstrijd worden uitgesloten. Deze uitsluiting kan tot gevolg hebben dat eventueel behaalde resultaten niet geldig worden verklaard, alsmede toepassing van de in artikel 37 gestelde sancties.

Artikel 37

De speler die zich schuldig maakt aan incorrect gedrag of, reden te meer, aan geweld jegens een wedstrijdleider, een scheidsrechter, een andere speler of een toeschouwer, kan afhankelijk van de ernst van de overtreding met één of meer van de hieronder genoemde sancties worden bestraft:

  1. uitsluiting van de wedstrijd;
  2. intrekking van de licentie;
  3. inbeslagneming van of verplichting tot teruggave van de prijzen en beloningen.

De sanctie die ten aanzien van de schuldige speler wordt genomen, kunnen ook worden toegepast op zijn medespeler(s). De onder de punten 1) en 2) genoemde sancties worden opgelegd door de scheidsrechter. De onder het punt 3) genoemde sanctie wordt toegepast door de wedstrijdleiding. De wedstrijdleiding moet binnen 48 uur de inbeslaggenomen prijzen en beloningen, tezamen met haar verslag, doen toekomen aan de bondsinstantie die over de bestemming ervan beslist. In elk geval beslist in de laatste instantie het bondsbestuur.

Artikel 38

De scheidsrechters die zijn aangewezen voor het leiden van de wedstrijden zijn belast met het toezicht op de strikte toepassing van het spelreglement en de administratieve reglementen die deze completeren. De scheidsrechters hebben de bevoegdheid om iedere speler of iedere ploeg die zou weigeren zich bij hun beslissing neer te leggen, van deelname aan de wedstrijd uit te sluiten. Toeschouwers met een licentie of de geschorsten die door hun gedrag de oorzaak zouden zijn van ongeregeldheden op het speelterrein, zullen door de scheidsrechter worden gerapporteerd aan de daartoe aangewezen bondsinstantie. Deze bondsinstantie zal de zaak van de overtreder(s) aanhangig maken bij de commissie tuchtrechtspraak. Deze commissie zal de schuldige(n) oproepen en uitspraak doen over de te nemen sancties.

Artikel 39

Gevallen, waarin dit reglement niet voorziet, worden onderworpen aan het oordeel van de scheidsrechter die hierover kan beraadslagen met de jury. Deze jury bestaat uit tenminste drie en ten hoogste vijf leden. Tegen de op grond van dit artikel genomen beslissingen door de jury is geen beroep mogelijk. Als de stemmen staken is de stem van de voorzitter van de jury doorslaggevend. Correcte kleding is voor iedere speler vereist (ontbloot bovenlichaam of blote voeten zijn niet toegestaan). Een speler die deze regels niet nakomt wordt, na een waarschuwing van de scheidsrechter, van deelneming aan de wedstrijd uitgesloten. N.B. Het huidige reglement is goedgekeurd door het Internationale Congres te Brussel op 21 september 1995. Internationaal Spelreglement Petanque van de FIPJP uitgegeven door de NJBB, 1 juni 1996.